21/02/2025
Ton (67) zwaait af bij café De Paerdskoel: ‘Nadat mijn broer was overleden, voelde ik de warmte van Blerick’
BlerickKroegbaas Ton Jeurissen (67) begint aan zijn laatste weekend bij café De Paerdskoel in Blerick. Een bitterzoet gesprek over een brutale kastelein, de ‘horecabacil’ en het plotselinge verlies van zijn partner in crime, broer Michel.
De Paerdskoel is waarschijnlijk het enige café waar je unne greek kunt bestellen. Je krijgt dan een weizenbier van de tap, vernoemd naar de kroegbaas die ‘de huiskamer van Blerick’ bestiert. Ton Jeurissen, dus. De greek zelf. Een bijnaam die hij verdiende door, zoals hij het zelf omschrijft, een vrechte kastelein te zijn. Eentje die nooit verlegen zit om een weerwoord, soms op het brutale af. „Jao jao, effe dimmen”, is een gevleugelde uitspraak die dorstige gasten regelmatig om de oren krijgen. Toch blijven ze graag komen. Want ze weten dat achter het gemopper een goudeerlijke vent schuilgaat, met wie je kunt lachen en huilen.
Twee-eenheid
Zijn avontuur in De Paerdskoel begon vijftien jaar geleden. Ton woonde in Denemarken toen zijn broer Michel op het lumineuze idee kwam om samen in Blerick een kroeg te beginnen. Een driest plan, maar het gevoel was goed. Niet veel later verruilde Ton het schilderachtige Kopenhagen voor hometown Blerick en koesterde hij zijn plekje achter de toog, met zijn broer aan zijn zijde. Dat was tien jaar lang een gouden combinatie, totdat het noodlot toesloeg. „24 januari 2020”, lepelt Ton op. „Ik kreeg op donderdagnacht om kwart voor twee een telefoontje. ‘Tonny je moet komen, ze zijn Michel aan het reanimeren’, klonk het. Terwijl ik mijn jas aantrok, voelde ik het al: Michel ging dood. Toen ik arriveerde, was het al gebeurd. Een longembolie was hem fataal geworden.” Het overlijden van Michel, door Ton nog steeds liefkozend ‘Lange’ genoemd, markeerde het abrupte einde van de twee-eenheid in De Paerdskoel. „Het zou nooit meer hetzelfde worden”, zegt Ton
Kort daarna kreeg Jeurissen een tweede klap te verwerken: de kroegen gingen op slot vanwege het rondwarende coronavirus. Een rotperiode voor iemand die ou******en met stamgasten tot kunstvorm heeft verheven. „Ik ben blij dat Michel dat niet meer heeft hoeven meemaken.” Zijn fysieke gesteldheid – 25 jaar geleden werd bij Ton de diagnose multiple sclerose gesteld – maakte het allemaal niet makkelijker. „Twee maanden terug ging ik op mijn kistje in de Kloosterstraat. Sindsdien loop ik buiten met een rollator. Dan weet je het wel.” Toen daar ook nog eens droevige ontwikkelingen in de privésfeer bij kwamen („liever geen details”), hakte Ton de knoop door: het was tijd om afscheid te nemen van ‘Ut Kefee Van Heej’. Met pijn in het hart, dat wel.
Jeurissen heeft een dubbel gevoel aan zijn kasteleinscarrière overgehouden. „Eerlijk? Met de kennis van nu was ik er niet aan begonnen. Dan was ik liever bij mijn kinderen en kleinkinderen in Kopenhagen gebleven, want die heb ik vijftien jaar lang te weinig gezien.”
Dankbaar
Toch heeft De Paerdskoel hem ook veel gebracht, beseft Jeurissen. Hij vertelt gloedvol over de contacten met zijn vaste gasten, ontluikende liefdes bij de bar en het vertrouwen dat de gemeenschap altijd heeft gehad in het café. „De Paerdskoel was mijn kindje. Nadat mijn broer was gestorven, voelde ik de warmte van Blerick. Dat zal ik nooit vergeten en daar ben ik ook erg dankbaar voor. De Paerdskoel weerspiegelde het leven. Daar hoort een lach bij, maar ook een traan.”
Binnenkort neemt ‘t Raodhoes zijn kroeg over, maar dat betekent niet dat Jeurissen definitief klaar is met de horeca. „Ik zie mezelf nog wel twee dagen per week in een ander café werken. Die horecabacil zit nu eenmaal in me.” En de greek? De donkerblonde ode aan de brutale kastelein? Die blijft ook na zijn afscheid uit de tapkranen van De Paerdskoel stromen, belooft Jeurissen. „Als je eruit gaat, weet je dat alles gewoon doordraait, en dat er dingen zullen veranderen. Maar de greek, die blijft.”
De Limburger
Tekst. Marco van Kampen
Foto. Lé Giessen