In 1945, direct na de bevrijding, worden door o.a. Peter Schilperoort, Frans Vink en Joost van Os in St. Regis aan de Valkenboslaan plannen gesmeed voor het oprichten van het Dutch Swing College, plannen die al tijdens de oorlogsjaren vorm gekregen hadden. Het was de bedoeling om in dit college verschillende activiteiten op te zetten, uiteraard een orkest, maar ook een muziekschool en een opnamest
udio. Al voor het eind van de oorlog hadden pianist Frans Vink en klarinettist Peter Schilperoort met de eigenaar van café St. Regis afgesproken dat zij daar op bevrijdingsdag zouden optreden. Dat is inderdaad gebeurd: met bassist Henny Frohwein en drummer Tonny Nüsser vond op 5 mei 1945 het eerste optreden plaats van het Dutch Swing College Kwartet. Het kwartet werd al snel uitgebreid met trompettist Joost van Os, trombonist Bill Brant en gitarist Otto Gobius. Dit orkest kreeg de naam: “the Orchestra of the Dutch Swing College”. In de zomer van 1945 kreeg het orkest een contract van drie maanden in de Canada Club in Apeldoorn, dit was een club ter ontspanning van aldaar gelegerde Canadese militairen. Daarna keerde men terug naar Den Haag. In begin 1946 werd op initiatief van Otto Gobius in café Zillerthal in de Nieuwstraat gestart met de Dutch Swing College Club. De club gaf ook een wekelijks mededelingenblaadje uit van die naam. Na een paar nummers verscheen als ondertitel Nederlandse Studieclub voor Jazzmuziek. In Zillerthal speelde het DSC-orkest elke zaterdagmiddag en er vonden jam sessions plaats met medemuzikanten. Dit moment wordt wel gezien als het begin van de Haagse jazzactiviteiten in verenigingsverband die werden voortgezet in de Haagse Jazz Club.