12/05/2026
Vaste klant van de maand
Sipko Boon
20-12-1947
Ik ben opgegroeid in Amsterdam op de Hoofdweg.
Mijn ouders hadden de oorlog moedig doorstaan. Het was natuurlijk een heel gedoe aan het einde van de oorlog, maar daarna werd de draad, tot zover ik weet, weer opgepakt.
Het was wel bepalend. Vooral in de jaren ’50, terwijl ik wat ouder werd, had je nogal veel gedoe over die tweede wereldoorlog. Er werden mensen nog nagewezen dat ze NSB’ers waren. Maar op een gegeven moment was dat over. We hadden niemand die fout was in de oorlog in de familie.
Ik ben een volop babyboomer. Ik ben enig kind. Dat was in die tijd heel uitzonderlijk. Ik denk dat mijn moeder gewoon geen tweede kon krijgen maar dat heeft ze mij nooit verteld. Daar heb ik haar ook nooit over horen zeuren. Als ik bij die grote gezinnen kwam was ik wel blij dat ik dat niet allemaal had.
Ik was een heel verlegen kind vroeger toen ik klein was. Ik had wel een paar goede vriendjes.
Mijn ouders hadden wel wat met de Molukkers doordat mijn vader voer met de grote vaart, met de Stoomvaart Maatschappij Nederland en die haalde die repatrianten op. En op de een of andere manier klikte het met die mensen. Zoals bekend heeft de overheid toen valse toezeggingen gedaan en dat was echt schandalig wat er toen is gebeurd. De overheid kwam zijn verplichtingen niet na. Er was aan ze beloofd dat ze in het leger zouden komen en dat gebeurde gewoon niet. Ze werden zelfs in Westerbork geplaatst. En het is toen geëscaleerd met treinkapingen en de bezetting van het consulaat hier in Amsterdam. Het was toen een enorme uitbarsting van de jongere Molukkers met name. Het is nog steeds een hele hechte gemeenschap, de Molukkers.
Mijn ouders hadden goede banden met de Molukkers en ik had een Moluks vriendje, of nou - half Moluks. Zijn vader was blanke soldaat. Hij woonde bij mij in de buurt.
De verzuiling was toen ook volop bezig. Je had de katholieken, de gereformeerden, de socialisten. Dat kun je je nu niet meer voorstellen. Je hoorde bij een groep. De familie van mijn moederskant waren van die vreselijke, ja sorry dat ik het zeg, gereformeerde mensen. En daar heb ik een diepe afkeer van het geloof aan overgehouden. De familie van mijn moeder waren gluiperts. Mijn moeder niet hoor, en haar broer ook niet. Maar haar zus… die hadden het achter de ellenbogen zoals mijn moeder altijd riep.
Mijn moeder was gelovig op haar manier. En mijn vader was op zijn manier ook een christen maar die was heel vaak weg want hij zat op de grote vaart. Hij was soms 9 maanden weg.
Ik ging nooit naar de kerk. Soms met mijn oma en opa mee maar dan zat ik mij stierlijk te vervelen.
Ik heb de Middelbare school gedaan en ik was een mislukte student Nederlands. Maar dat studeren was niets voor mij. Ik heb toen allerlei baantjes gehad en toen stond er een advertentie in de krant dat ze een corrector zochten bij het Parool. Daar heb ik op gesolliciteerd en ben aangenomen. Ik bleek een goede corrector te zijn dus ik heb dat heel lang gedaan.
De hele krant, alles moest gecorrigeerd worden. We hadden een grote afdeling. In het begin werd de krant nog uit lood gezet. En later kwam de ponsbandmachine. Het maken van een krant was toen arbeidsintensief. Het Parool was vroeger een gigantisch bedrijf. Er werkte iets van 2300 man. Het zat toen nog in de Wibautstraat, daar hebben ze nog heel lang gezeten. Trouw, het christenblad, kwam er later ook bij. Maar op een gegeven moment kwam de computer, toen werd het steeds minder. We hebben nog wel heel lang advertenties gecorrigeerd.
Echte journalisten bestaan niet meer. Kijk je had geen internet en zo en alles moest in die krant. Dus het ging met telexen, noem alles maar op hè, doorbellen, buitenlandse correspondenten. Als je nu kijkt, het zijn veel meer achtergrondverhalen. Het hele actuele nieuws heeft iedereen al ’s ochtends vroeg op de TV gezien of gelezen. Dus ja die kranten, het is zo veranderd. Er is ook veel minder kennis. Er verschijnt veel onzin in.
Ik vond het corrigeren heel leuk. We werkten in ploegendiensten en ik werkte vooral ’s avonds, dan kon ik overdag fietsen. Het werd goed betaald.
Ik hoef je niet te vertellen hoeveel aanvaringen ik met journalisten heb gehad. Als ik inhoudelijke fouten ontdekte, dat deed bijna iedereen overigens, dan belde ik naar de desbetreffende journalist; “Hee moet je eens horen, dit klopt helemaal niet.” En dan begonnen ze eerst je stijf te vloeken, en dan liet je ze uitrazen... Nou ik kom wel even naar boven. Ging ik naar boven, naar de redactie met de kopij om mijn arm, dan zei ik: “dit, dit, dit en dit klopt niet.” Dat waren dan fouten met de werkelijkheid. Ze gaven er hun eigen draai aan. Ik was berucht op de redactie. Ik had een grote bek natuurlijk. Als het fout is, is het fout natuurlijk, je moet er niet omheen draaien.
Ik ben weleens op het m***e geroepen. Het beroemdste voorbeeld, je had vroeger een wielenwedstrijd, die heette “de omloop het Volk.” Het Volk was een Vlaams dagblad, die organiseerde die cours. Een journalist bij Trouw had daar de omloop van het Volk van gemaakt, dus ik had toen het woord ‘van’ eruit gehaald. Ik kom maandagmiddag op mijn werk, want ik had zondagnacht dienst en toen moest ik bij mijn baas komen, ontzettende l*l trouwens maar dat terzijde, en die dacht mij te pakken te hebben. Ze hadden gezegd dat ik het fout had en hij wilde me verrot schelden. Ik kon bewijzen dat het wél ‘Omloop het Volk’ was. De volgende dag kwam ik met de Wielergids en liet het bewijs aan hem zien. Hij werd toen helemaal rood. Ik zei: “Ik eis excuus van je” maar dat weigerde hij. Toen ben ik naar de ondernemersraad gegaan En heb gezegd: moet je eens goed luisteren ik p*k dit niet. Hij heeft toen uiteindelijk zijn excuses aan mij moeten aanbieden.
Uiteindelijk was ik zelf de oude rot bij het Parool. Ik had een gouden baan jongen, ik werkte 20 uur per week, alleen bij het Parool, de laatste 2 jaar. En kreeg mijn volledige salaris doorbetaald. En nu een goed pensioen.
Politiek was ik niet socialistisch laat ik het zo zeggen. Ik heb een keer op Joop Den Uyl (PvdA) gestemd en daar heb ik altijd spijt van gehad. Ik vond het een vreselijk kabinet. Ik heb een tijd op D66 gestemd maar ik zou het nu echt niet meer weten. Ik kan hier aan de bar flink blaffen erover. Ik heb er niet echt iets meer mee.
Ik ben al heel lang bezig met Motörhead. Sinds 1981, ik was toen midden 30. Dat was een leuke tijd, ik ging al die hardrockfestivals af. 80% was daar man, lang haar en in het zwart. Echt absurd; er kwamen bijna geen vrouwen. Ik heb nooit lang haar gehad maar dat was geen enkel probleem. Ik hoorde ze een keer, die enorme herrie, en toen dacht ik: dat is mijn band! Ik voel me prettig in deze kledij dus waarom zou ik iets anders aan doen? Het is ook het geheel, die drie gasten op het podium, Lemmy die daar geweldig stond te bassen en daar de longen uit zijn lijf brulde. Nou dat was het, heel simpel. Ik hou wel van andere soorten muziek ook hoor! Ik ben niet een monogaam iemand wat muziek betreft.
Ik heb 8 jaar in Castricum gewoond, in Bakkum. Ik ben toen getrouwd geweest en heb twee zoons gekregen. Ik ben jong op leeftijd gescheiden, mijn jongste was toen 2! Die is nu 52 kan je nagaan. Daarna ben ik teruggegaan naar Amsterdam en nooit meer weggegaan. Mijn jongste zoon woont ook in Amsterdam en zie ik met regelmaat. De andere zoon woont in Canada. Dat is wel heel leuk, ik kom al 25 jaar elk jaar in Canada. Hij is fishing guide. Met het geld dat hij verdiende ging hij de wereld rond en dan werd ik gebeld wanneer het op was.
Ik heb 13 jaar heel fanatiek gewielrend. Dat wil je niet weten. Maar daar ben ik mee gestopt toen het veel te druk werd met dikbuikige oudere mannen en ik schaamde me dood. Toen ben ik heel fanatiek gaan wandelen. En zwemmen heb ik heel lang gedaan ’s winters in het Marnixbad, 5 dagen per week. Het oude Marnixbad! Dat was helemaal op, niets deed het meer goed.
Ik ben ook gek op lezen. Ik blijf graag fit van geest. Lezen is altijd al mijn hobby geweest. Als kind al, ik wilde nooit speelgoed, ik wilde boeken!
Ik hou ook van lekker eten maken. Ik ben heel zorgvuldig op mijn lichaam. Ik let er ook op dat ik niet zoveel meer drink. Thuis drink ik bijvoorbeeld helemaal niet meer. Ik gebruik geen stoute dingen meer, ja ik rook een pijpje. Ahum, dat was het enige, bij Motörhead moest er altijd wel een pakje speed ofzo doorheen. Ik vond dat lekker. Ik had mijn werk natuurlijk, ik moest ’s ochtends aanwezig zijn en je kon moeilijk met een kater… Alhoewel, de correctiekamer bestond voor 60% uit notoire dronkenlappen hoor, sjonge jonge jonge!
Ik kwam vroeger altijd in Café Schuim. Maar die eigenaar, hij en ik, dat was water en vuur. Hij mocht mij niet. Dat ging van kwaad tot erger. Toen maakte ik op een gegeven moment een opmerking tegenover mijn toenmalige vriend Gerrit. En er stond een Duitse dame achter de tap en die ging naar Christian, de eigenaar, toe en begon over mij te kankeren. Toen kwam Christan naar mij toe en die begon tegen mij op te spelen voor de zoveelste keer. Toen had ik er zó genoeg van toen heb ik tegen hem gezegd: “moet je eens goed luisteren, ik zet hier never van mijn leven meer een p**t binnen en je bent een ontzettende l*l.” Ik kwam toen al vaak langs ’t Monumentje en zag dan Eric al zitten en nog wat mensen weet je wel, die ook bij Schuim kwamen. En zo ben ik hier min of meer binnen geslopen. Ik woon hier ook al 40 jaar in de buurt. Ik kom hier nu al zo een jaar of 30 met tussenpozen. Er werd toen nog gerookt. Iedereen zat hier binnen met de deur dicht, die grote ventilator aan.. dat hielp helemaal niet! Dus ’s avonds moest je je kleren op het balkon gooien. Het interieur is niet veranderd sindsdien. En de mensen ook niet. Alhoewel het begint toch wel uit te sterven natuurlijk.
Ik drink altijd al graag bier en wijn en af en toe een shotje Wodka. Tegenwoordig graag Alfa Edelpils uit Limburg. Lekker bier is dat. Dat komt door onze fotograaf André, die heeft het aan mij geïntroduceerd.
Amsterdam is ontzettend veranderd. Tegelijkertijd met de opening van ’t Monumentje, in de jaren ’70, is de uittocht van de Jordanezen begonnen. De particuliere huiseigenaren lieten de woningen verkrotten. Heel veel Jordanezen vertrokken naar Hoorn en toen Almere werd gebouwd, toen stroomde het al helemaal leeg. Het Jordaanfestival (dat was vroeger op de Appeltjesmarkt bij die grote parkeergarage, dat vreselijke ding) is nu in Almere!
Het is wat het is, maar het is het is nu helemaal veryupt. Je hoort heel veel Engels. Het blijft een mooie buurt om te wonen natuurlijk.
Er is in de jaren ’60 zelfs een plan geweest om het hele centrum plat te gooien en er allemaal kantoren voor in de plaats te bouwen. Daarom heb ik een afkeer van het socialisme, dat was allemaal Joop Den Uyl. Dat willen ze nu niet meer maar nu willen ze hele andere dingen. Laten we het daar maar niet over hebben, dan staat het schuim op mijn lippen!
“Daar sloeg hij het café kort en klein”, dat zou toch jammer zijn.