06/01/2019
25 november 2018
Een brief van een verslagen soldaat, aan het thuisfront:
Aan iedereen thuis,
De 8jarige oorlog is voorbij. Zoals jullie weten, ben ik acht jaar op rij gaan vechten op Beerwarz om het beste bier. Als vertegenwoordiger van Stella, trok ik jaar na jaar pint na pint naar binnen, in de hoop om mijn aartsrivalen, Bockor en Jupiler, een lesje te leren over hoe bier hoort te smaken.
Deze oorlog vond altijd plaats op de velden van Chiro Knipoog en KSA Adelaars. In de tent ging ik tekeer op de meest recente skivven van elk jaar en danste iedereen de dansvloer af. In het zaaltje van het Parochiaal Centrum hadden mijn benen moeite om het ritme van de Drum and Bass te blijven volgen, maar opgeven stond nooit in mijn woordenboek.
Dit jaar werd de oorlog echter verplaatst naar een ander oord, Depart. Dit omwille van tal van organisatie- en veiligheidsredenen (best wel een ironische reden voor het verplaatsen van een oorlogsveld, als je het mij vraagt). De strijd was ook dit jaar hevig, maar het was niet hetzelfde…
Op het einde van elke strijd keerde ik wankelend terug naar de tenten, mijn evenwicht, waardigheid en zeker 2 liter van mijn gekocht bier achterlatend op het oorlogsveld.
Hoewel de meeste oorlogswonden het meest pijn veroorzaken op het moment zelf, voelde mijn hoofd pas de dag erachter alsof iemand er een pistool op leeggeschoten had. Nog niet te beginnen over mijn maag, die de dag erna een zuur produceerde dat gaten naliet in het toilet, mijn beddengoed en alles wat in de weg kwam van deze allesvernietigende straal.
Het is een mooie strijd geweest, maar aan al het mooie in deze wereld moet jammer genoeg een einde komen. Zoals elke oorlog ooit gevoerd, was dit omwille van politieke en economische redenen. Deze laatste lieten het echter dit jaar sterk afweten, waardoor het amper nut heeft te blijven vechten voor een oorlog die niets opbrengt.
Ik zal nooit de strijd vergeten die ik geleverd heb samen met mijn broeders en zusters. We hebben arm in arm gevochten voor alles wat ons lief was. Ook herdenken we de (vaak letterlijk) gevallen broeders en zusters, moge hun blauwe plekken snel vergaan…
Na 8 jaar kom ik dus eindelijk terug naar huis. De herinneringen die ik nog heb (en dit zijn er bitter weinig) neem ik mee om later te vertellen. Dit wordt dus mijn laatste brief.
Ik sluit deze brief graag af met deze laatste filosofische woorden, geïnspireerd door het lekker eten dat ons geserveerd werd elk jaar op rij:
Beerwarz heeft een einde, maar een worstje heeft er 2.