03/02/2021
Van mede-oprichter Francis Jorissen : hoe het begon !
Zoals velen ben ik me al lang bewust van het feit dat de geschiedenis in reguliere en op sociale media vaak wordt geschoffeerd. Maar wanneer je zelf een kleine rol hebt gespeeld in een verhaalde geschiedenis valt het pas echt op.
Zo meende VRT NWS een artikel te moeten publiceren over het ‘iconisch jazzcafé’ Damberd in Gent. Een, zoals dat heet, getuige die blijkbaar op Radio2 zijn zeg mocht doen wordt erin opgevoerd : “Dat doet pijn aan het hart. Dat is een icoon dat weg is. Pol en Willem, de oorspronkelijke opstarters van Het Damberd...” Die getuige is zeker ter goede trouw maar hij heeft het verkeerd voor. Die journalist had misschien even kunnen checken’ of die vertelling wel steek houdt vooraleer het als “nieuws” te publiceren.
Pol en Willem waren niet de oorspronkelijke oprichters van ‘jazzcafé ’Damberd. Dat waren de ‘Zwitser’ Guido Bas, de ‘Hollander’ Willem Zuidhof en de ‘Belg, uw dienaar, ‘Francis Jorissen’. Het café opende zijn deuren op 3 februari 1978 om 20.00 uur en het was er vanaf de eerste dag over de koppen lopen. In die tijd was er immers niet veel ‘alternatief’ caféleven in Gent. Ja, je had onder andere de Skoop (die naar wat ik mij toen heb laten vertellen die avond bijzonder leeg was). Een pint kostte in het Damberd 17 frank. Voor de jongeren onder ons, iets meer dan 0,42 euro. Je kon er ook een glas melk krijgen, dat kostte 10 frank, 25 cent.
Ik lees ook dat brouwerij Haacht, die eigenaar is van het pand hoopt nu vlug iemand te vinden die de traditie wil voortzetten. Dat was indertijd wel even anders. Toen we op zoek waren naar een goede locatie voor een jazzcafé in Gent (en waarvoor iedereen ons gek verklaarde – een jazzcafé in Gent, stel je voor – en voorspelde dat we het geen twee maand zouden volhouden, stootten we op het Damberd. Het café stond al een tijdje leeg nadat de eigenares was overleden. Het gebouw was in handen van brouwerij Haacht maar het handelsfonds dan weer in handen van een, wat heet bedrijfsmakelaar, Agimmo.
De Brouwerij was absoluut niet happig om hun pand te verhuren aan drie hippies die er waarschijnlijk de ‘kostbare muurschilderingen’ gingen slopen en er een… ja, wat van gingen maken. Ze weigerden aanvankelijk. Agimmo, geloofde wel in ons project. Doordat zij het handelsfonds in handen hadden kon de brouwerij het niet verhuren zonder dat het handelsfonds mee verkocht werd.
Agimmo heeft het dan hard gespeeld. Ze vertelden Haacht dat als ze het niet aan ons verhuurden, zij het handelsfonds de komende maanden ook niet zouden verkopen aan kandidaten die wel in de smaak vielen bij de brouwerij.
Uiteindelijk gooide de brouwerij dan de handdoek in de ring. Zij wilden dan wel aan ons verhuren maar onder strenge voorwaarden. Eén van die voorwaarden was dat we alle drank (koffie incluis) die we in het café verkochten verplicht bij hen moesten aankopen. Ook hun niet-te-drinken-cola. Het heeft trouwens heel wat voeten in de aarde gehad voor we dat mochten vervangen door pepsi. Die we uiteraard ook bij hen moesten afnemen.
Voor de eerste avond had de bieruitzetter de, natuurlijk op voorhand betaalde, drank binnengebracht. Als ik het mij goed herinner 6 vaten, wat bakken andere bieren en wat water en frisdranken. ‘Tot volgende week’, zei hij bij zijn vertrek. De volgende dag mocht hij opnieuw komen leveren. Alle drank (behalve het water) was op. De zaterdag leverde hij 10 vaten, de maandag stond hij er weer. Dit keer met 25 vaten.
Er valt nog heel wat meer te vertellen over de beginperiode van het Damberd, maar mijn geheugen laat mij zo vaak in de steek. Dus laat mij het nog maar even verder opfrissen en misschien vertel ik dan nog wat meer verhalen.